Categorie: Tekstjes die blijven hangen

Falling Slowly

Daithi Rua zong dit samen met Kadril voor hun That’s All Folk! tournee. Prachtnummer.

I don’t know you
But I want you
All the more for that
Words fall through me
And always fool me
And I can’t react
And games that never amount
To more than they’re meant
Will play themselves out

Take this sinking boat and point it home
We’ve still got time
Raise your hopeful voice you have a choice
You’ll make it now

Falling slowly, eyes that know me
And I can’t go back
Moods that take me and erase me
And I’m painted black
You have suffered enough
And warred with yourself
It’s time that you won

Take this sinking boat and point it home
We’ve still got time
Raise your hopeful voice you have a choice

You’ve made it now
Falling slowly sing your melody
I’ll sing it loud

(Glen Hansard)

The Green Eye of the Yellow God

Dit gedicht van J. Milton Hayes werd op muziek gezet door Daithi Rua. Het is een prachtig gedicht en soms krijgen we van Daithi een cadeautje wanneer de omgeving zich ertoe leent tijdens één van zijn optredens en zingt hij het voor ons.

There’s a one-eyed yellow idol to the north of Khatmandu,
There’s a little marble cross below the town;
There’s a broken-hearted woman tends the grave of Mad Carew,
And the Yellow God forever gazes down.

He was known as “Mad Carew” by the subs at Khatmandu,
He was hotter than they felt inclined to tell;
But for all his foolish pranks, he was worshipped in the ranks,
And the Colonel’s daughter smiled on him as well.

He had loved her all along, with a passion of the strong,
The fact that she loved him was plain to all.
She was nearly twenty-one and arrangements had begun
To celebrate her birthday with a ball.

He wrote to ask what present she would like from Mad Carew;
They met next day as he dismissed a squad;
And jestingly she told him then that nothing else would do
But the green eye of the little Yellow God.

On the night before the dance, Mad Carew seemed in a trance,
And they chaffed him as they puffed at their cigars:
But for once he failed to smile, and he sat alone awhile,
Then went out into the night beneath the stars.

He returned before the dawn, with his shirt and tunic torn,
And a gash across his temple dripping red;
He was patched up right away, and he slept through all the day,
And the Colonel’s daughter watched beside his bed.

He woke at last and asked if they could send his tunic through;
She brought it, and he thanked her with a nod;
He bade her search the pocket saying “That’s from Mad Carew,”
And she found the little green eye of the god.

She upbraided poor Carew in the way that women do,
Though both her eyes were strangely hot and wet;
But she wouldn’t take the stone and Mad Carew was left alone
With the jewel that he’d chanced his life to get.

When the ball was at its height, on that still and tropic night,
She thought of him and hastened to his room;
As she crossed the barrack square she could hear the dreamy air
Of a waltz tune softly stealing thro’ the gloom.

His door was open wide, with silver moonlight shining through;
The place was wet and slipp’ry where she trod;
An ugly knife lay buried in the heart of Mad Carew,
‘Twas the “Vengeance of the Little Yellow God.”

There’s a one-eyed yellow idol to the north of Khatmandu,
There’s a little marble cross below the town;
There’s a broken-hearted woman tends the grave of Mad Carew,
And the Yellow God forever gazes down.

Wow.

Hierzo. Ga, lees en hopelijk ben je evenzeer de indruk van het verhaal als ik 🙂

Edit 04/07/2011:

Blijkbaar werd het verhaal als ongepast geflagd op 9gag.com maar omdat ik jullie dit niet wil onthouden was de Google cache zo vriendelijk mij een beeldje te bezorgen:

Vanna’s Blue Laces

Deze blijft één van mijn favorietjes van Daithi Rua.

Her name is Vanna Ocurn, she comes from Battambang
The shy but happy daughter of a poor rice-farming man
Her country has seen wars and droughts and famine in the past
Now an even bigger threat hides in the long grass

Every 30 minutes, a landmine kills or maims
The aftermath of war has crippled in so many ways
Vanna was so very young when she befell her fate
Now the clean-up has begun, for many much too late

Vanna’s got blue laces in both shoes now
You can almost see her walk on water
Hopelessness has faded in the dust she leaves behind
Vanna’s got blue laces, watch her fly!

Vanna got her new leg when the blue lace people came
Said they had treaty to stop landmines being made
They fought for years as hard as those who fight to walk again
One step forward two steps back, solid ground to gain

Vanna’s got blue laces in both shoes now
You can almost see her walk on water
Hopelessness has faded in the dust she leaves behind
Vanna’s got blue laces, watch her fly!

Lightening storms remind her of the night when she was young
Night time ghosts surround her but her spirit it is strong
Pain and scars may fade away but memories will stay
Landmines have to disappear forever, today

Vanna’s got blue laces in both shoes now
You can almost see her walk on water
Hopelessness has faded in the dust she leaves behind
Vanna’s got blue laces, watch her fly!

Daithi gaat deze lente trouwens opnieuw op toernee met Kadril. Zij spelen de cultuurcentra plat met “That’s All Folk”, rond filmmuziek met ‘folk’- en wereldmuziekinslag, in de meest brede betekenis van het woord. Echt een aanrader als je de kans hebt om te gaan kijken en vooral luisteren! Ik zal in elk geval van de partij zijn wanneer ze in Mechelen spelen.

Soie

Een gezongen walsje van en door Les Balbelettes

Il en faut du temps et il en faut des nuits
A penser, a lutter et puis laisser filer
Des nuits ou l’on croit, des nuits ou l’on voit
L’autre face du rêve s’il pouvait exister
Mais la revoilà, la raison nous poursuit
Dans le couloir sans fin de ses insomnies
Elle nous repose la, à la fin de la nuit
Chaque chose a l’endroit sur le fil de la vie

Il y a des rêves qu’il faut laisser filer
Filer le brin de soie et l’embobiner
Ce fil est trop long et bien trop serré
Une porte se ferme sur un désir blessé
Il y a des choses que l’on ne peut cacher
Au fond d’un tiroir la-haut dans le grenier
Le fil a filé, la bobine a roulé
Secrets de soie rouge aux fils effilochés

La nuit nous dit oui, et le jour nous dit non
Mais le désir, lui, ne suit pas la raison
La raison qui en vain te supplie te supplie
Car ce n’est pas à toi que cet homme a dit oui
Tisser des histoires ou tisser des espoirs
Une trame serrée, tirée et bien nouée
Et puis tout déchirer, déchirer, arracher
Supplier dans le noir, défiler le cauchemar

Le temps n’efface pas comme on voudrait le croire
Toutes les traces de soie dans le fond des tiroirs
Il se peut qu’en un rêve au cœur d’une nuit noire
Une bobine roule et déroule l’histoire
Moi, je vois ce fil pose là, immobile
Bout de soie qui t’enlace et te lie à celui
Qui au fond si profond de tes nuits d’insomnies
Peut encore te faire croire que son cœur a dit oui

Toon

nu ’t rouwrumoer rondom jou is verstomd
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten
nu voel ik dat er ’n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
en telkens weer zal ik je tegenkomen
we zeggen veel te gauw: het is voorbij
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen
niet wie je was en ook niet wat je zei
ik zal nog altijd grapjes met je maken
we zullen samen door het stille landschap gaan
nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Toon Hermans.

Eén van mijn instant-happy-songs

de vogel (Tim Visterin)
Merlijn de grote tovenaar
zag op een dag langs de boulevard
een kleine jongen zeer bedaard
met wipneus en weerspannig haar
Merlijn zei jongen kom eens hier
met wat doe ik je nou plezier
je moet het even overwegen
al wat je wil zal ik je geven

En de knaap zei onbevreesd
meneer, meneer, ach meneer
ach meneer een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublief meneer Merlijn
een mooie vogel in de lucht
met pluimen, poten, en een vlucht
en alle kleuren van de regenboog aha

Ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublief meneer Merlijn
dan kan ik slapen op een wolk
de lucht doorklieven als een dolk
en het zonlicht vangen met een boog
ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn

Merlijn zei jongen luister even
als je dat wil zal ik het geven
bedenkt alvorens uit te kiezen
je zou een mooie kans verliezen
wil je dan liever niet wat kracht
en heel de wereld in je macht
of wil je rijk zijn en heel wijs
of koning in een groot paleis

Maar de knaap zei onbevreesd
meneer, meneer, ach meneer
ach meneer een mooie vogel wil ik zijn
met sterke vleugels alstublief meneer Merlijn
een mooie vogel in de lucht
met pluimen, poten, en een vlucht
en alle kleuren van de regenboog
ach meneer, een mooie vogel wil ik zijn

en sindsien zit er boven in de lucht
een nieuwe vogel in zijn dolle vlucht
u zegt me waar ie ergens hangt
het zonlicht in zijn wolken vangt
of hij Merlijn nog heeft bedankt
heeft dat belang

al wat ik weet – is wat ie deed
hij maak plezier – hij maakt plezier
als een mooi dier – ergens ver van hier

Gewoon omdat het passend is gezien het weer

Joe Dassin – L’été Indien

Tu sais, je n’ai jamais été aussi heureux que ce matin-là
Nous marchions sur une plage un peu comme celle-ci
C’était l’automne, un automne où il faisait beau
Une saison qui n’existe que dans le Nord de l’Amérique
Là-bas on l’appelle l’été indien
Mais c’était tout simplement le nôtre
Avec ta robe longue tu ressemblais
A une aquarelle de Marie Laurencin
Et je me souviens, je me souviens très bien
De ce que je t’ai dit ce matin-là
Il y a un an, un siècle, une éternité

On ira où tu voudras, quand tu voudras
Et on s’aimera encore, lorsque l’amour sera mort
Toute la vie sera pareille à ce matin
Aux couleurs de l’été indien

Aujourd’hui je suis très loin de ce matin d’automne
Mais c’est comme si j’y étais. Je pense à toi.
Où es-tu? Que fais-tu? Est-ce que j’existe encore pour toi?
Je regarde cette vague qui n’atteindra jamais la lune
Tu vois, comme elle je reviens en arrière
Comme elle je me couche sur le sable
Et je me souviens, je me souviens des marées hautes
Du soleil et du bonheur qui passaient sur la mer
Il y a une éternité, un siècle, il y a un an

On ira où tu voudras, quand tu voudras
Et on s’aimera encore lorsque l’amour sera mort
Toute la vie sera pareille à ce matin
Aux couleurs de l’été indien

Allemaal Door Jou – Bart Peeters

Mocht je me op een dag verlaten
Dan zal ik je laten gaan
Mocht er geen manier
Om het uit te praten bestaan

Dan zal ik verdwalen in de kou
& dat komt dan allemaal door jou
Dan drink ik me elke dag zat
& eet alleen nog chocolade

Heb ik je ooit toegegeven
Dat ik lijd aan verlatingsangst
Eerlijk zijn duurt al is het maar even
Het langst

Dan zal ik verdwalen in de kou
& dat komt dan allemaal door jou
Dan drink ik me elke dag zat
& eet alleen nog chocolade

Dan krijgen de kippen geen eten
& de katten geen voer
dan ligt de decadentie
Met natte lippen op de loer
Leef ik op koeken en whisky
Op jenever en bier
Ik trap het af ik trap het af
& ga voor eeuwig op zwier

Dan koop ik een Porsche
Of zo’n foute Jaguar
Ik noem me Benoit of ik noem me Georges
& ik blondeer mijn haar
Dan rij ik naar Parijs
& onder een brug
Trakteer ik alle clochards
Op wijn en op drugs

Mocht je me op een dag verlaten
Dan zal ik je echt wel laten gaan
Mocht er geen manier
Om het uit te praten bestaan

Dan zal ik verdwalen in de kou
& dat komt dan allemaal door jou
Dan drink ik me elke dag zat
& eet alleen nog chocolade

Dan pap ik aan met foute grieten
& maak ze zwanger bovendien
& als die trienen dan bevallen
wil ik die babies niet eens zien

Ik zet zwarte bij rooie mieren
Tot er geen enkele overleeft
Ik vertel alle kindjes dat de Sint
Terminale kanker heeft

Ik infiltreer in de zoo
Ik spuit heroïne in een giraffe
Ik bezoek alleen nog oude vrouwtjes
& troggel hun erfenissen af

Ik gooi mijn hersens op slot
Vind alle gore moppen tof
Ik stem voor zero tolerance
& koop een kalashnikov

Mocht je me ooit verlaten
Dan zal ik me echt laten gaan
Mocht er geen manier
Om het goed te maken bestaan…

Was trouwens ook zeer fijn live op het Boombalfestival, Bart Peters deed van stagedive en de mensen droegen hem voor de rest van het liedje op hun handen.

Starry Starry Night

Don McLean

Starry, starry night.
Paint your palette blue and grey,
Look out on a summer’s day,
With eyes that know the darkness in my soul.
Shadows on the hills,
Sketch the trees and the daffodils,
Catch the breeze and the winter chills,
In colors on the snowy linen land.

Now I understand what you tried to say to me,
How you suffered for your sanity,
How you tried to set them free.
They would not listen, they did not know how.
Perhaps they’ll listen now.

Starry, starry night.
Flaming flowers that brightly blaze,
Swirling clouds in violet haze,
Reflect in Vincent’s eyes of china blue.
Colors changing hue, morning field of amber grain,
Weathered faces lined in pain,
Are soothed beneath the artist’s loving hand.

Now I understand what you tried to say to me,
How you suffered for your sanity,
How you tried to set them free.
They would not listen, they did not know how.
Perhaps they’ll listen now.

For they could not love you,
But still your love was true.
And when no hope was left in sight
On that starry, starry night,
You took your life, as lovers often do.
But I could have told you, Vincent,
This world was never meant for one
As beautiful as you.

Starry, starry night.
Portraits hung in empty halls,
Frameless head on nameless walls,
With eyes that watch the world and can’t forget.
Like the strangers that you’ve met,
The ragged men in the ragged clothes,
The silver thorn of bloody rose,
Lie crushed and broken on the virgin snow.

Now I think I know what you tried to say to me,
How you suffered for your sanity,
How you tried to set them free.
They would not listen, they’re not listening still.
Perhaps they never will…